Schorseneren

Schorseneer hoort tot de familie van de composieten en is een wortelgewas. Bij ons is het gebruik van de wortel als groente het best bekend. Maar ook de jonge blaadjes kun je eten, in een salade. De wortel kan meer dan 30 centimeter lang worden en 1,5 tot 4 centimeter dik.

schorseneren

 

Teeltwijze

Werk in de herfst die het zaaien vooraf gaat een flinke laag goed verteerde stalmest onder. Kies een perceel uit die in het voorjaar snel opwarmt en waarvan het kalk gehalte niet onder de 6 pH ligt.

Maak vóór het zaaien de grond minstens 30 cm diep goed los. Zaai van half april tot half mei 1-1,5 cm diep in voren die 25 cm uit elkaar liggen, en dun later uit op 8 cm in de rij.
Gebruik steeds vers zaad (zaad ouder dan 1 jaar verliest veel van zijn kiemkracht) en dek het perseel af tegen vogelvraat. Het zaad ontkiemt gemiddeld na 15 dagen. Oogsten kan vanaf half oktober tot eind maart.

Onkruidvrij houden en de bovenlaag goed los houden.

Zaai geen schorseneren naast of na erwten!

Oogsten en bewaren

Schorseneren zijn eind oktober voor het eerst te oogsten. Oogst ze met een spitvork maar pas op. Ze breken best snel! Als je het echt helemaal netjes wil doen graaf dan een geul aan de zijkant waarmee je de lange wortels aan de zijkant uit het bed kan halen. Het mooie is dat het oogstseizoen van schorseneren van oktober doorloopt tot eind maart.

Schorseneren bewaar je het best in de tuin. Schorseneren zijn winterhard en kunnen dus tegen de vorst.

Gekochte schorseneren moeten bij aankoop stevig aanvoelen, geen vertakkingen hebben en helemaal droog zijn. Bewaar ze op een koele (12 tot 15° Celsius) en droge plaats. bewaar ze het best in een geperforeerde plastic zak.

Recepten schorseneren